NavigArt: minicruises with a touch of art
  • Mogen wij ons even voorstellen?
  • Vaartochten en cruises
    • Linge>
      • Romantische vaartocht op de Linge
        • Lazy Afternoon Cruise op de Linge
          • 3- Daags Arrangement Mariënwaerdt
          • Maas>
            • Lazy Afternoon Cruise
            • Waal>
              • Lazy Afternoon Cruise
                • Vaartocht Rijk van Nijmegen
                  • Geschiedenis van het rivierengebied
                  • Thematische vaartochten>
                    • Private Cruise
                      • Vergaderarrangement
                        • Lazy Afternoon Cruise
                          • Vrije vaartochten
                            • Verstrooiing nabestaanden
                              • Herfstbladeren en erwtensoep: Netwerkvaartocht
                            • Een vaartocht boeken
                            • GedachtenGoed
                            • Blog
                            • Contact, diensten en gegevens
                              • Motorjacht Marie Jose
                                • Impressie
                                  • Contact en prijzen
                                    • Diensten
                                      • Persberichten en samenwerkingen

                                      Gedachtengoed

                                      Varen is ook: dromen. Genieten van de natuur. Genieten van vriendelijke mensen onderweg. Een praatje maken. Een vriendschap sluiten.Op deze pagina vindt u wat gedichten op en rond het water.
                                      Als u zelf een bijdrage wilt leveren willen wij dat graag op deze site plaatsen. Marie Jose en Han wensen u veel plezier met het lezen van deze pagina.





                                      De rivier, de zee, soms ook een enorme inspiratiebron. 
                                      Zoals voor Kees Vreugdenhil en George Burggraaff die samen een bundel hebben geschreven: Rivier en Zee.

                                      Onderstaand een gedicht uit deze bundel:
                                      Vernieuwing

                                      Het zandgat houdt
                                      met de rivier verband
                                      alsof een haf zich ingeslepen had.

                                      Het water
                                      door de tongen aangelokt,
                                      loopt in een fuik
                                      en lekt het land.

                                      De wind dringt aan het oppervlak
                                      een rilling op
                                      en onderhuid
                                      verdraait de stroom zich
                                      keer na keer.

                                      Tussen de zwarte wolken uit
                                      sproeit zonlicht neer
                                      springt naar de overzij
                                      en trekt een schitterspoor.

                                      Dan sluit zich weer de spleet
                                      en grauwt het water dieper weg,

                                      gevangen in de plas.

                                      Tussen de dijen van de dijken
                                      stuwt ander water naar de zee.





                                      Een vaartocht over de Waal, soms voelt het aan als een thuis.Een van de gasten stuurt naderhand een gedicht:

                                      Doe maar gewoon
                                       
                                      Doe mij maar een gewone koe
                                      in een gewone uiterwaard
                                      aan het gewone water van de Waal.

                                      Doe mij het licht van vroeger maar,
                                      een boer die als een wilg geworteld is,
                                      en als het even kan o Heer,
                                      die fietser nog een keer, die ene fietser op zijn Fongers

                                      op de dijk.

                                      Koos van Zomeren, geschreven voor het project ‘Roodbont’, 2003

                                      We naderen de langste dag van 2010, de zonnewende nadert.
                                      Het mooiste seizoen komt nog. de zomer.De volheid.


                                      De schipper.

                                      Gebed van een dekknecht 
                                      Mijn trotse schip en bondgenoot spoedt, voortgedreven door sterke winden van geluk en voorspoed
                                      Mijn trotse schip en maatje vraagt, voortgedreven door ambitie en vertrouwen
                                      Mijn trotse schip en wegwijzer. Hoe lang kan ik volgen haar snelheid, gedrevenheid en dromen?

                                      Afvaart 
                                      Het sierlijke schip deint beladen met gedachten, vol gevoelens en herinneringen in de haven van mijn gedachten
                                      een schip mooi van lijn,rijk aan ideeën, rijk aan ervaringen
                                      vol beloften aan nieuwe ontdekkingen 

                                      Vandaag hoorde ik van de nieuwe schipper 
                                      Die haar bekeek en bewonderde
                                      Die haar touwen losmaakt, haar zeilen hijst
                                      Haar ruimte geeft voor een eigen koers 
                                      Morgen is er een lege plaatsin de haven van mijn gedachten 
                                      Een plaats die leeg blijft
                                      tot uiteindelijk het schip haar plaats inneemt
                                      meer ervaren en rijker
                                      geborgen in de haven van mijn gedachten

                                      Behouden vaart

                                      Marie Jose en Koning Winter
                                      Zij vlijt zich haast zorgeloos in het ijs
                                      dat haar huid kriebelt als een minnaar zijn geliefde



                                      Zij bewaart afstand tot hem, koning winter
                                      met een slootje water
                                      ontstaan door haar warme hart
                                      Golfjes breken uit in het ritme van de passanten op de steiger

                                      Zij ligt in de zon van de nu langer wordende dagen
                                      en het zal niet lang meer duren voordat zij om aandacht zal vragen

                                      Zoveel schoonheid, zoveel ongeduldig naar frisse lucht snakkend ijzer
                                      zich opofferend aan zuurstof om ten onder te gaan.

                                      Zoveel warm hout, zoveel ongeduldig naar regen vragende vezels
                                      niet bewust dat vervulling tevens ontbinding afroept

                                      Zij ligt ijzig statig, bijna bevroren
                                      Met een lauw hart
                                      te wachten tot ze mij weer zal kunnen horen

                                      Han Kersten op 28 december 2008 over het schip Marie Jose
                                      Tien graden vorst: vandaag zijn de Mookerplassen bevroren.

                                      Bundel: Dichter aan de rivier
                                      (van Cilja Zuyderwyk in Leerdam, schippersdochter)

                                      De steen

                                      De steen is weggemaaid
                                      Het hoofd kent enkel raadsels
                                      De buitenman die vist
                                      ziet slechts een  schedel tussen
                                      gasbeton en kiezelsteen

                                      Wie ligt daar toch,
                                      bebloed-met tere weefsels rond de ogen-
                                      alsof het gisteren is gebeurd
                                      de zijderups spint rustig door en rolt zich in haar oksel

                                      De rust keert weer,
                                      De visser pakt zijn tuig en legt de steen
                                      Daar- waar eens de ogen waren.

                                       


                                      De herfst

                                      Buiten bijt de noordenwind in een enkele blauwe tak
                                      vasthoudend als een tekkel
                                      en kust de grond

                                      stoeptegels dansen met bruin blad
                                      het  rood lijkt snel verkleurd.
                                      De mier verzuurt bij het zien van oude kinderkleertjes
                                      afgedankt voor een nieuw seizoen

                                      Verkoelend na de hete zomer
                                      komt de herfst weerbarstig binnen
                                      omarmt het water
                                      en kust de kade.


                                      Roeien

                                      Vaar buitenom en zoek de blauwe peer
                                      die over het water
                                      hangt en in de sloot weerspiegeld wordt

                                      Herken zijn kleur en wek de kinderlijke vraatzucht op.
                                      Eens….. te lang voor een herinnering,
                                      voer hier de boot,
                                      de zon allang verdwenen onder het land

                                      Een kinderhand plakt vast aan vaders hemd
                                      en zoekt de roeispaan die gevallen is
                                      Er waait geen wind

                                      Er piept alleen een spaan
                                      Er klotst alleen een boot

                                       
                                      De Linge

                                      De Linge dwaalt wat door het landschap
                                      bedaard als een bejaarde
                                      Moe van hout, water en glas

                                      Bloesem kent het al
                                      en ook de schaatser, die hij draagt in wintertijd
                                      Onder water kent hij houten rompen,
                                      oude fietsen, halve dobbers
                                      kleine ankers en de zoete vis

                                      Het witte kinderlichaam, handjes dichtgeknepen
                                      Lingewier tussen de tenen
                                      schuurt de bodem glad en luchtig
                                      "Ga maar naar God ", fluistert de Linge
                                      Ik kan je niet naar boven dragen

                                      De Linge dwaalt nog door het landschap
                                      Draait en kolkt, stroomt voort en stopt dan voor de sluis.

                                       
                                      De touwladder
                                       
                                      De witte coaster glimlacht
                                      naar het kind met rode pijpenkrullen
                                      Het kind begrijpt het niet

                                      De boeg een haaienbek.
                                      Patrijspoort dreigend hoog
                                      "Komm"zegt de kapitein

                                      en  vouwt zijn armen tot een huis
                                      Komm, komm",mein liebschen"
                                      De vrachtboot lijkt een dwerg.

                                      Het kind tekent een touwladder
                                      Hoog- tot aan de hemel-
                                      Ze kijkt niet naar de kapitein
                                      ze krijt alleen zijn pet
                                      in grote zwarte strepen
                                      rode krullen op een  schoon tijk
                                      De geur van motorolie,
                                      teer
                                      en drogend hout
                                      verspreidt zich en
                                      tovert blonde sproeten op  haar huid
                                       
                                      Ze is thuis in de kajuit.


                                      De weg

                                      De weg is niet zomaar een weg
                                      Het is de weg naar huis
                                      De boerderijen knikken vriendelijk
                                      naar de kleine fietser
                                      Groen kleurt op onder de bonte koeien
                                      Blauw bedekt de strakke bomenrij
                                      Het asfalt draagt glimmend modder
                                      en keutels van een enkel schaap


                                      Te stil.

                                      Het blad beweegt zich nauwelijks
                                      De volle kruinen kijken roerloos
                                      in de richting van het kind
                                      de beentjes draaien snel de wieltjes rond
                                      de mond roept mamma al
                                      die zorgzaam voor het hek
                                      haar kind naar binnen kijkt.

                                       

                                      Per boot naar Amsterdam

                                      Mijn vaders leren huid
                                      streelt liefde in mijn haar
                                      De andere hand
                                      houdt  vastberaden
                                      het stuurrad vast.
                                      Zijn zwarte leren jas is nat
                                      en ruikt naar luie honden.
                                      Het kind kent slechts bewondering
                                      aanbidt het hoofd
                                      Verweerd
                                       
                                      Kalm- vaart de boot
                                      Geruisloos plooit het water
                                      rond  de boeg
                                      de lichtjes van de polderweg
                                      weerspiegelen uitgerekte draden
                                      langszij

                                      De motor tjoekt

                                      De mok van blauw emaille
                                      maakt kleine pasjes
                                      rond en rond
                                      het oor danst weg

                                      de afdruk van de Manchester broek
                                      staat in de kinderwang
                                      de arm omknelt het been
                                      de oostenwind  krimpt naar het westen

                                      Het is nog ver naar Amsterdam

                                       


                                      Minicruises on a private yacht with a touch of Art