Varen is ook: dromen. Genieten van de natuur. Genieten van vriendelijke mensen onderweg. Een praatje maken. Een vriendschap sluiten.Op deze pagina vindt u wat gedichten op en rond het water.
Als u zelf een bijdrage wilt leveren willen wij dat graag op deze site plaatsen. Marie Jose en Han wensen u veel plezier met het lezen van deze pagina.
De rivier, de zee, soms ook een enorme inspiratiebron.
Zoals voor Kees Vreugdenhil en George Burggraaff die samen een bundel hebben geschreven: Rivier en Zee.
Onderstaand een gedicht uit deze bundel:
Vernieuwing
Het zandgat houdt
met de rivier verband
alsof een haf zich ingeslepen had.
Het water
door de tongen aangelokt,
loopt in een fuik
en lekt het land.
De wind dringt aan het oppervlak
een rilling op
en onderhuid
verdraait de stroom zich
keer na keer.
Tussen de zwarte wolken uit
sproeit zonlicht neer
springt naar de overzij
en trekt een schitterspoor.
Dan sluit zich weer de spleet
en grauwt het water dieper weg,
gevangen in de plas.
Tussen de dijen van de dijken
stuwt ander water naar de zee.
Een vaartocht over de Waal, soms voelt het aan als een thuis.Een van de gasten stuurt naderhand een gedicht:
Doe maar gewoon
Doe mij maar een gewone koe
in een gewone uiterwaard
aan het gewone water van de Waal.
Doe mij het licht van vroeger maar,
een boer die als een wilg geworteld is,
en als het even kan o Heer,
die fietser nog een keer, die ene fietser op zijn Fongers
op de dijk.
Koos van Zomeren, geschreven voor het project ‘Roodbont’, 2003
We naderen de langste dag van 2010, de zonnewende nadert.
Het mooiste seizoen komt nog. de zomer.De volheid.
De schipper.
Gebed van een dekknecht
Mijn trotse schip en bondgenoot spoedt, voortgedreven door sterke winden van geluk en voorspoed
Mijn trotse schip en maatje vraagt, voortgedreven door ambitie en vertrouwen
Mijn trotse schip en wegwijzer. Hoe lang kan ik volgen haar snelheid, gedrevenheid en dromen?
Afvaart
Het sierlijke schip deint beladen met gedachten, vol gevoelens en herinneringen in de haven van mijn gedachten
een schip mooi van lijn,rijk aan ideeën, rijk aan ervaringen
vol beloften aan nieuwe ontdekkingen
Vandaag hoorde ik van de nieuwe schipper
Die haar bekeek en bewonderde
Die haar touwen losmaakt, haar zeilen hijst
Haar ruimte geeft voor een eigen koers
Morgen is er een lege plaatsin de haven van mijn gedachten
Een plaats die leeg blijft
tot uiteindelijk het schip haar plaats inneemt
meer ervaren en rijker
geborgen in de haven van mijn gedachten
Behouden vaart
Marie Jose en Koning Winter
Zij vlijt zich haast zorgeloos in het ijs
dat haar huid kriebelt als een minnaar zijn geliefde
Zij bewaart afstand tot hem, koning winter
met een slootje water
ontstaan door haar warme hart
Golfjes breken uit in het ritme van de passanten op de steiger
Zij ligt in de zon van de nu langer wordende dagen
en het zal niet lang meer duren voordat zij om aandacht zal vragen
Zoveel schoonheid, zoveel ongeduldig naar frisse lucht snakkend ijzer
zich opofferend aan zuurstof om ten onder te gaan.
Zoveel warm hout, zoveel ongeduldig naar regen vragende vezels
niet bewust dat vervulling tevens ontbinding afroept
Zij ligt ijzig statig, bijna bevroren
Met een lauw hart
te wachten tot ze mij weer zal kunnen horen
Han Kersten op 28 december 2008 over het schip Marie Jose
Tien graden vorst: vandaag zijn de Mookerplassen bevroren.
Bundel: Dichter aan de rivier
(van Cilja Zuyderwyk in Leerdam, schippersdochter)
De steen
De steen is weggemaaid
Het hoofd kent enkel raadsels
De buitenman die vist
ziet slechts een schedel tussen
gasbeton en kiezelsteen
Wie ligt daar toch,
bebloed-met tere weefsels rond de ogen-
alsof het gisteren is gebeurd
de zijderups spint rustig door en rolt zich in haar oksel
De rust keert weer,
De visser pakt zijn tuig en legt de steen
Daar- waar eens de ogen waren.
De herfst
Buiten bijt de noordenwind in een enkele blauwe tak
vasthoudend als een tekkel
en kust de grond
stoeptegels dansen met bruin blad
het rood lijkt snel verkleurd.
De mier verzuurt bij het zien van oude kinderkleertjes
afgedankt voor een nieuw seizoen
Verkoelend na de hete zomer
komt de herfst weerbarstig binnen
omarmt het water
en kust de kade.
Roeien
Vaar buitenom en zoek de blauwe peer
die over het water
hangt en in de sloot weerspiegeld wordt
Herken zijn kleur en wek de kinderlijke vraatzucht op.
Eens….. te lang voor een herinnering,
voer hier de boot,
de zon allang verdwenen onder het land
Een kinderhand plakt vast aan vaders hemd
en zoekt de roeispaan die gevallen is
Er waait geen wind
Er piept alleen een spaan
Er klotst alleen een boot
De Linge
De Linge dwaalt wat door het landschap
bedaard als een bejaarde
Moe van hout, water en glas
Bloesem kent het al
en ook de schaatser, die hij draagt in wintertijd
Onder water kent hij houten rompen,
oude fietsen, halve dobbers
kleine ankers en de zoete vis
Het witte kinderlichaam, handjes dichtgeknepen
Lingewier tussen de tenen
schuurt de bodem glad en luchtig
"Ga maar naar God ", fluistert de Linge
Ik kan je niet naar boven dragen
De Linge dwaalt nog door het landschap
Draait en kolkt, stroomt voort en stopt dan voor de sluis.
De touwladder
De witte coaster glimlacht
naar het kind met rode pijpenkrullen
Het kind begrijpt het niet
De boeg een haaienbek.
Patrijspoort dreigend hoog
"Komm"zegt de kapitein
en vouwt zijn armen tot een huis
Komm, komm",mein liebschen"
De vrachtboot lijkt een dwerg.
Het kind tekent een touwladder
Hoog- tot aan de hemel-
Ze kijkt niet naar de kapitein
ze krijt alleen zijn pet
in grote zwarte strepen
rode krullen op een schoon tijk
De geur van motorolie,
teer
en drogend hout
verspreidt zich en
tovert blonde sproeten op haar huid
Ze is thuis in de kajuit.
De weg
De weg is niet zomaar een weg
Het is de weg naar huis
De boerderijen knikken vriendelijk
naar de kleine fietser
Groen kleurt op onder de bonte koeien
Blauw bedekt de strakke bomenrij
Het asfalt draagt glimmend modder
en keutels van een enkel schaap
Te stil.
Het blad beweegt zich nauwelijks
De volle kruinen kijken roerloos
in de richting van het kind
de beentjes draaien snel de wieltjes rond
de mond roept mamma al
die zorgzaam voor het hek
haar kind naar binnen kijkt.
Per boot naar Amsterdam
Mijn vaders leren huid
streelt liefde in mijn haar
De andere hand
houdt vastberaden
het stuurrad vast.
Zijn zwarte leren jas is nat
en ruikt naar luie honden.
Het kind kent slechts bewondering
aanbidt het hoofd
Verweerd
Kalm- vaart de boot
Geruisloos plooit het water
rond de boeg
de lichtjes van de polderweg
weerspiegelen uitgerekte draden
langszij
De motor tjoekt
De mok van blauw emaille
maakt kleine pasjes
rond en rond
het oor danst weg
de afdruk van de Manchester broek
staat in de kinderwang
de arm omknelt het been
de oostenwind krimpt naar het westen
Het is nog ver naar Amsterdam